De waarheid is de realiteit zoals ze is. Zo benoem je haar ook. Niet aardiger, niet handiger, niet om de sfeer te redden.
Deel de waarheid zoals een analist zijn data deelt: zonder emotie. Dat betekent niet dat emoties er niet mogen zijn. Je mag ze benoemen, als feit. "Ik voel boosheid" is data. Boos praten is ruis.
Gebruik precies zoveel woorden als de waarheid nodig heeft. Niet minder, want dan blijft ze vaag. Niet meer, want alles daarbuiten is ruis.
Bushido (makoto); de deugdenlijst van Franklin
II
Woord
Je zegt wat je doet. Je doet wat je zegt.
Meer is het niet. En juist daarom is het zeldzaam.
Als je zegt wat je doet, ben je expliciet. Je maakt het concreet: wat, wanneer, hoe. Een vage toezegging is geen woord, want die kun je nooit breken.
Betrouwbaarheid bouw je niet met grote beloften maar met kleine. Het telefoontje van dinsdag. Het uur waarop je er zou zijn. Karakter is de optelsom van alles waar niemand op let.
Bushido (meiyo); Taleb, Skin in the Game
III
Eigenaarschap
Alles in jouw realiteit is jouw verantwoordelijkheid.
Niet omdat jij alles hebt veroorzaakt, maar omdat jij de enige bent die er iets aan kan veranderen. Zodra het aan de markt ligt, aan de tijd, aan haar of aan hen, sta je langs de lijn van je eigen leven.
Het startpunt is de realiteit zoals ze nu is. Niet zoals ze had moeten zijn.
En het gaat niet om kunnen. Het gaat om willen. Alles wat je wilt veranderen, kan veranderd worden. Soms is het enige wat je kunt veranderen je eigen kijk op de zaak. Ook dat is veranderen.
Willink & Babin, Extreme Ownership
IV
Vermogen
Vermogen is draagkracht.
Vermogen geldt voor lijf, geest en geld.
Het lijf draagt, grijpt in en kan vernietigen. Die laatste stand ontwikkel je en open je hopelijk nooit: wie geen geweld kán gebruiken, is niet vreedzaam maar ongewapend.
De geest blijft koel in chaos en maakt dan de juiste keuze. Dat is het vermogen dat beslist.
Geld is bewezen kunnen in zijn meest verhandelbare vorm.
Seneca, die rijk was en dáárom geloofwaardig over rijkdom; Aristoteles, megaloprepeia
V
Onthechting
Competentie komt voor onthechting.
Je hoeft niet te vechten als je kunt vechten. Geld is pas onbelangrijk als je het kunt verdienen. Zachtheid is pas een keuze als je hard kunt zijn.
Onthechting die vóór het kunnen komt, is geen wijsheid. Dat is angst in een mooie jas.
Het gaat om vermogen, niet om bezit. Je hoeft niemand geslagen te hebben; je moet kunnen slaan. Anders wordt onthechting uitstel: "ik laat het los zodra ik rijk ben."
Vivekananda, Karma Yoga; Gandhi, The Doctrine of the Sword (1920); Bhagavad Gita; Ramakrishna (markata vairagya)
VI
Richting
Zonder richting kun je niet beslissen.
Een doel is een middel om richting te bepalen.
Zonder richting ben je als man stuurloos. Je kunt geen beslissingen nemen. En de beslissing draagt de actie: wat je zegt dat je doet, is wat je doet.
Deida, The Way of the Superior Man
VII
Discipline
Discipline is komen opdagen.
Discipline is geen eigenschap maar een proces. De vraag is niet of je gemotiveerd bent. De vraag is of je de koers vasthoudt en komt opdagen, ook vandaag, omdat het proces leidt naar het doel dat je voor ogen hebt.
Je ziet het aan fitte mannen. Ze zijn gedisciplineerd genoeg om op te komen dagen voor de training. Een fit lichaam behoud je niet zonder discipline. Het is het zichtbare bewijs van een onzichtbaar proces.
Alles voelen. Alles ervaren. En dan kiezen wat je ermee doet.
Marcus Aurelius, Epictetus
IX
Dienst
Zorg eerst voor jezelf, dan voor je gezin, dan voor het geheel.
Dienst verloopt in ringen. Wie goed voor zichzelf zorgt, wordt vermogend. Wie vermogend is, houdt over voor zijn gezin. Wie meer overhoudt, draagt bij aan de gemeenschap en aan het geheel. En het straalt terug: wie bijdraagt aan de groep, voedt zichzelf.
Dat zit in ons. We zijn gemeenschapsdieren; we leven in groepen. Bijdragen aan de groep brengt je dichter bij geluk, bij God, bij samadhi, bij je bestemming. Kies het woord dat bij je past. Het wijst dezelfde kant op.
Voor jezelf zorgen is de eerste ring van dienst.
Hiërocles, de cirkels van nabijheid; Michler, The Masculinity Manifesto
X
De arena
Alleen wie meedoet telt.
De eer komt niet toe aan de toeschouwer, niet aan de man die aanwijst waar de sterke struikelde. De eer is van hem die werkelijk in de arena staat, met stof en zweet en bloed op zijn gezicht; die zich vergist en keer op keer tekortschiet; die de grote geestdrift en grote toewijding kent en zich geeft aan een zaak die het waard is. Wint hij, dan kent hij de triomf. Verliest hij, dan verliest hij tenminste al wagend, zodat zijn plaats nooit zal zijn bij de kille en schuchtere zielen die winst noch verlies kennen.
(naar Theodore Roosevelt, Sorbonne, 23 april 1910)
Roosevelt, Citizenship in a Republic (1910)
XI
Zachtheid
Liefde is hardheid, zacht gebracht.
Een zachte man die nooit hard kan zijn, is een zwakke man. Een harde man die nooit zacht kan zijn, is de andere kant van dezelfde zwakke man, alleen met meer vermogen. Het mechanisme in de geest is hetzelfde: allebei worden ze gedreven door angst.
Een sterke man kan hard zijn en kiest voor zacht. In die keuze geeft hij iets van zichzelf weg, en dat weggeven heeft een naam: liefde.
Liefde is niet zacht. Liefde is hardheid, beheerst, gebracht met het vermogen om haar zacht te brengen.
Bly, Iron John; Moore & Gillette
XII
Sterfelijkheid
Je gaat dood. Handel ernaar.
Memento mori wijst twee kanten op. Vooruit: het is een zeef die binnen tien tellen scheidt wat telt van wat ruis is, en het is de enige zeef die nooit stukgaat. Wat je uitstelt tot het uitkomt, stel je uit tot het niet meer kan.
En naar binnen: sterfelijkheid vraagt je om in het nu alles te ervaren. Bewust te ervaren. Je krijgt dit moment één keer. Wie overal is behalve hier, is alvast een beetje dood.
Seneca, De Brevitate Vitae; Marcus Aurelius
XIII
Amor fati
Wees dankbaar voor wat was, wat is en wat komt. En maak het je eigen.
Er zijn drie halve houdingen. Berusting zegt: het is niet anders. Aanvaarding zegt: ik draag het. Vergeving zegt: ik reken het je niet meer aan, en houdt daarmee nog altijd afstand. Alle drie laten ze een stuk van je geschiedenis buiten staan, en dus een stuk van jezelf.
Dankbaarheid haalt het binnen. En dankbaarheid is geen reactie op niets. Wie zijn lot werkelijk liefheeft, bevestigt daarmee dat het iets in hem heeft gebouwd. De pijn was echt én ze heeft iets gesmeed. Allebei blijven ze staan, naast elkaar. Haal je de pijn weg, dan haal je ook de kracht weg die eruit geslagen is.
Deze liefde krijg je niet cadeau. Je verdient haar met werk. Eigenaarschap houdt niet op bij wat je zelf hebt veroorzaakt; je pakt het ook over wat je overkwam en waar je ogenschijnlijk niets aan kon doen. Niet omdat het jouw schuld was, want schuld en eigenaarschap zijn twee verschillende dingen. Schuld kijkt achterom en zoekt een dader. Eigenaarschap kijkt vooruit en zoekt actie.
Nietzsche, Die fröhliche Wissenschaft §276; Veth, Oerkracht (in voorbereiding)